Logo Erfocentrum
Logo Erfocentrum

    Onderzoek naar Downsyndroom

    Wat is Downsyndroom?

    De combinatietest

    De tripeltest


    Onderzoek naar lichamelijke afwijkingen

    Lichamelijke afwijkingen

    De 20-weken echo


    Vervolgonderzoek: Prenatale diagnostiek

    Vervolgonderzoek na de combinatietest

    Vervolgonderzoek na de 20-weken echo


   Kans op Downsyndroom

   Bewust kiezen

   Hoe kiezen anderen?

   Wat is een kans en wat kunt u ermee?

   Wat u verder nog moet weten

   Links

Keuzehulp   |   Downloaden   |   (Para)medici   |   Deze site

Maak een print van deze pagina

Home

Wat is een kans en wat kunt u ermee?


Wat is een kans?

Kansen worden berekend door te tellen hoe vaak een bepaalde gebeurtenis optreedt binnen een grote groep mensen.

Voorbeeld
In een groep van 100 mensen die dertig jaar lang een pakje sigaretten per dag roken, sterven 10 mensen aan kanker. Hieruit kan de kans op kanker worden bepaald voor mensen die 30 jaar lang een pakje sigaretten per dag hebben gerookt. De kans op kanker voor deze mensen is 10 van de 100 (10 procent). Tien procent kunt u ook schrijven als 10%.

Een lastig punt van kansen is dat ze worden berekend in een grote groep, maar gebruikt worden voor een persoon. En bij één persoon kan de gebeurtenis wél of niet optreden. Dit is soms lastig te begrijpen.

Voorbeeld
Wanneer iemand 30 jaar lang een pakje sigaretten per dag heeft gerookt, heeft deze persoon een kans van 10 procent (10 van de 100) om te sterven aan kanker. Dat betekent dat van elke 100 personen die net zoveel hebben gerookt er 10 zullen sterven aan kanker.

Of deze ene persoon nu hoort bij 10 mensen die aan kanker sterven of bij de 90 die niet aan kanker sterven, is niet te zeggen.

Hieronder worden verschillende voorbeelden gegeven van kansen en hoe deze kunnen worden weergegeven in cijfers en plaatjes.

 terug naar boven


Kop-of-Munt

Stelt u zich voor dat u een muntstuk opgooit. Het muntstuk heeft twee kanten: kop en munt. Er zijn dus twee mogelijkheden: u gooit kop óf u gooit munt. De kans dat u kop gooit is dan 1 van de 2, de kans dat u munt gooit ook. Deze kans blijft hetzelfde, hoe vaak u ook gooit. In plaats van een kans van 1 van de 2 kunt u ook zeggen dat de kans op kop (en op munt) 50 procent is. ‘Procent’ betekent ‘van de honderd’. Vijftig procent betekent dus 50 van de 100. Wanneer u het muntstuk 100 maal opgooit, zult u (ongeveer) 50 maal kop en 50 maal munt gooien.

Een kans van 50 procent ziet er in een plaatje zo uit. Honderd stippen in totaal (100 procent). Elke stip stelt één keer ‘kop-of-munt-gooien’ voor.

50 blauwe stippen (50 procent):
50 keer kop

50 grijze stippen (50 procent):
50 keer munt

Kans van 50 procent

Voorbeeld van een kans op een bijwerking

Twintig procent van de mensen zal door een bepaalde operatie het gevoel in de vingers verliezen. In het plaatje hieronder staan 100 stippen. Elke stip is één procent. De twintig blauwe stippen (20 procent) zijn de mensen die door de operatie het gevoel in hun vingers hebben verloren, de 80 grijze stippen (80 procent) zijn de mensen die deze bijwerking niet hebben gekregen.

20 blauwe stippen (20 procent):
geen gevoel in hun vingers

80 grijze stippen (80 procent):
wel gevoel in hun vingers

Kans van 20 procent

 terug naar boven


Kansen kleiner dan één procent (kleiner dan 1 van de 100)

Wanneer u getallen ziet als 0,8 procent betekent dit dat de kans kleiner is dan 1 van de 100, dus kleiner dan 1 procent. Hoe meer nullen achter de komma, hoe kleiner de kans.

Een kans die kleiner is dan 1 van de 100 kan geschreven worden als bijvoorbeeld 0,8 van de 100, maar ook als 8 van de 1.000. Een kans van 0,06% (0,06 van de 100) is hetzelfde als een kans van 6 van de 10.000.

Voorbeeld van een kleine kans
Een zwangere vrouw van 30 jaar heeft (op basis van haar leeftijd) een kans op een kind met Downsyndroom van 1 van de 1000. Dat betekent dat van de 1000 zwangere vrouwen van 30 jaar er 999 een kind zonder Downsyndroom krijgen en één een kind met Downsyndroom. In procenten is deze kans 0,1 procent.

In het plaatje hieronder staan 1000 stippen. Elke stip is 0,1 procent. Er is één blauwe stip, welke een kind met Downsyndroom voorstelt. De andere 999 stippen stellen kinderen zonder Downsyndroom voor.

Kans van 0.1 procent
blauwe stip = kind met Downsyndroom
grijze stip = kind zonder Downsyndroom

 terug naar boven


Kansen omrekenen

Het is soms handig om een kans om te rekenen. Sommige mensen vinden het fijn om kansen te lezen als bijvoorbeeld 20 van de 100, anderen kunnen zich meer voorstellen bij een kans van 1 van de 5 en weer een ander ziet een kans het liefst als een percentage: 20%.

Bij het omrekenen van kansen moet het aantal mensen mét de gebeurtenis en het totale aantal mensen door hetzelfde getal gedeeld of vermenigvuldigd worden.

Een kans van 20 van de 100 is even groot als een kans van:

  • 2 van de 10 (u deelt dan beide getallen van de kans door 10)
  • 200 van de 1.000 (u vermenigvuldigt dan beide getallen van de kans met 10)
  • 1 van de 5 (u deelt dan beide getallen van de kans door 20)
  • 20% (20 procent) (procent betekent ‘van de 100’, dus 20 van de 100 is 20%)

Een kans van 50 van de 100 is even groot als een kans van:

  • 5 van de 10 (u deelt dan beide getallen van de kans door 10)
  • 500 van de 1.000 (u vermenigvuldigt dan beide getallen van de kans met 10)
  • 1 van de 2 (u deelt dan beide getallen van de kans door 50)
  • 50% (50 procent) (procent betekent ‘van de 100’, dus 50 van de 100 is 50%)

Een kans van 1 van de 25 is even groot als een kans van:

  • 4 van de 100 (u vermenigvuldigt dan beide getallen van de kans met 4)
  • 40 van de 1.000 (u vermenigvuldigt dan beide getallen van de kans met 40)
  • 4% (4 procent) (procent betekent ‘van de 100’. 1 van de 25 is hetzelfde als 4 van de 100, dus 1 van de 25 is hetzelfde als 4%)

Een kans van 1 van de 500 is even groot als een kans van:

  • 0,2 van de 100 (u deelt dan beide getallen van de kans door 5)
  • 2 van de 1.000 (u vermenigvuldigt dan beide getallen van de kans met 2)
  • 0,2% (0,2 procent) (procent betekent ‘van de 100’. 1 van de 500 is hetzelfde als 0,2 van de 100, dus 1 van de 500 is hetzelfde als 0,2%)

 terug naar boven


Wat kunt u met die getallen?

Artsen gebruiken getallen uit wetenschappelijk onderzoek om te bepalen welke behandelingen en onderzoeken voor hun patiënten zinvol zijn. Deze getallen geven ook de kansen op bijwerkingen of nadelen van een behandeling of test.

Een kans voorspelt niet óf een bepaalde gebeurtenis in uw geval op zal treden, maar geeft aan hoe groot de kans erop is. Het begrijpen van kansen kan u helpen bij het maken van een keuze voor bijvoorbeeld wel of geen prenatale screening. U kunt dan voor uzelf afwegen of de voordelen van prenatale screening voor u opwegen tegen de nadelen

Voorbeeld
Met een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest kan Downsyndroom met zekerheid worden vastgesteld. Bij deze testen is er echter kans op een miskraam door de test. Deze kans is 3 tot 5 van de 1.000. Dat betekent dat de test in 3 tot 5 van de 1000 keer dat deze uitgevoerd wordt tot een miskraam leidt. In de andere 995 tot 997 keer gebeurt dit niet.

 terug naar boven


Tot slot

Dit is het idee van kansen. Maakt u zich geen zorgen als u dit lastig vindt. Veel mensen hebben moeite met het begrijpen van kansen. In deze keuzehulp vindt u kansen daarom niet alleen in cijfers, maar ook in grafieken en plaatjes.

Het is belangrijk dat u begrijpt dat een kans niet voorspelt óf een bepaalde gebeurtenis in uw geval op zal treden, maar aangeeft hoe groot de kans erop is. De grootte van de kans (bijvoorbeeld op een bijwerking) kan u mogelijk helpen bij het besluiten of u wel of niet voor een bepaalde behandeling of een bepaald onderzoek kiest. Behalve de grootte van de kans is natuurlijk ook de ernst van de gebeurtenis belangrijk bij het maken van een keuze.

Voorbeeld
U bent ziek en kunt kiezen uit behandelingen die u kunnen genezen. Bij beide behandelingen is de kans op genezing even groot. De behandelingen hebben echter ook bijwerkingen. Bij behandeling A krijgen 30 van de 100 mensen (30 procent) één dag geen eetlust. Bij behandeling B zijn 10 van de 100 mensen (10 procent) één dag flinke hoofdpijn. De kans op een bijwerking bij behandeling B is kleiner dan bij behandeling A. Toch zullen de meeste mensen kiezen voor behandeling A, omdat zij een dag zonder eetlust minder erg vinden dan een dag flinke hoofdpijn.

Daarnaast is het vaak moeilijk om na te gaan wat de kansen nu voor uzelf betekenen. Is een kans van 3 tot 5 van de 1000 op een miskraam bij een vruchtwaterpunctie voor u aanvaardbaar of niet? Dit kan een moeilijke kwestie zijn. Daarbij spelen naast de kans op een miskraam ook de voordelen en andere nadelen van zo’n onderzoek én uw persoonlijke situatie en mening een rol. De keuzehulp wil u bij dergelijke moeilijke vragen ondersteuning bieden.

 terug naar boven


 

 

 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid, Zwangerschap en Medische Biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de Centra voor Klinische Genetica en donaties. Het Erfocentrum is een non-profit organisatie en kan ook uw steun goed gebruiken. Steun ons!

WEBSITES VAN HET ERFOCENTRUM

  www.ZwangerNu.nl
Gezondheidsinformatie voor wie zwanger is.

  www.ZwangerStraks.nl
Gezondheidsinformatie voor wie zwanger wil worden.

  www.ZwangerWijzer.nl
Zelftest gezondheidsrisico's voor wie zwanger wil worden.

  www.erfelijkheid.nl
Over erfelijkheid en erfelijke en aangeboren aandoeningen.

  www.biomedisch.nl
Over de toepassing van biotechnologie bij de diagnose en behandeling van ziekten en aandoeningen.

  www.bogi.nl
Informatie over erfelijkheid voor kinderen.

  www.kalitim.nl
Informatie over erfelijkheid in het Turks.

  www.slikeerstfoliumzuur.nl
Informatie over het gebruik van foliumzuur vòòr de zwangerschap.